De Komeet en het 2de Smaldeel
De geschiedenis van het 2de Smaldeel hangt samen met 'de Komeet' zoals die van het 1ste Smaldeel met 'de Distel'. De Komeet en de Distel hebben dezelfde weg afgelegd, daarom is het embleem onze leidraad.
'De Komeet' verschijnt in 1917 op een vliegtuig van het 5de Smaldeel, op initiatief van Adjudant Vlieger Maurice ‘Teddy’ Franchomme, piloot van dit Jachtsmaldeel. Hij schildert hem voor het eerst op zijn gloednieuwe Nieuport met een 130 pk Clerget rotatiemotor.
De Smaldeelbevelhebber, kapitein Dony, vraagt hem zijn embleem ‘te delen’ zodat dat het smaldeelkenteken kan worden en hij gaat daarmee akkoord. Later wordt het 5de Smaldeel het 10de Smaldeel (zie verder) met behoud van 'de Komeet' op de Nieuport en de Spad VII toestellen.
Een korte geschiedenisles om uit te leggen hoe 'de Komeet' vanaf 1947 op de vliegtuigen van het 2de Smd terechtkomt… Hier volgt zijn levensloop.
In 1910 koopt het Belgisch leger zijn eerste vliegtuig, een Henri Farman H.F.3. Het leger was geïnteresseerd in de mogelijkheden van het vliegwezen en werd aangespoord door generaal Joseph Hellebaut na een luchtdoop. Reeds vroeger kregen militaire vrijwilligers, op initiatief van twee industriëlen, baron Pierre de Caters en ridder Jules de Laminne, de mogelijkheid om te leren vliegen vanop hun privé vliegveldjes.
Bij Koninklijk Besluit van 16 april 1913, getekend door koning Albert 1, wordt de “Vliegerscompagnie” opgericht. Op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog bestaat ze uit een vliegschool en 4 smaldelen uitgerust met H.F. 20. Twee voor de verdedigingsgordels van Antwerpen en twee voor deze van Namen en Luik met 37 piloten en waarnemers en 8 gemobiliseerde burgers met hun eigen vliegtuigen. De chefs van die tijd willen deze eenheden gebruiken om de troepenbewegingen op de grond te volgen. Vanaf het begin worden er echter zware verliezen geleden, niet door vijandelijke acties maar door de fragiliteit van de vliegtuigen.
Na onderzoek van enkele documenten, waaronder brieven van kapitein-commandant Émile Mathieu, bevelhebber van de vliegschool van Brasschaat in 1912, mag ervan uitgegaan worden dat het II Smaldeel de facto bestaat vanaf september 1912, wanneer het kan beschikken over haar eerste vier militaire JETO-Farmans. Het Koninklijk Besluit van 16 april 1913 is dus een bevestiging van de structuur van de militaire luchtvaart: er bestaan reeds twee smaldelen: Smaldeel I HF en Smaldeel II HF (HF = Henri Farman); het IIIe en IVe worden opgebouwd.
Het I Smd en het II Smd nemen in augustus 1913 voor het eerst deel aan maneuvers in de streek van Dinant. Ze worden daarvoor herbenoemd naar Rood smaldeel (I Smd HF) en Blauw smaldeel (II Smd HF).
Bij de eerste gevechten in 1914 is Smaldeel II HF, onder leiding van Luitenant Jules Soumoy, de eerste CO, betrokken bij de verdediging van de Naamse versterkte positie; daarna trekt het zich terug naar Chimay, dan naar Oostende en tenslotte naar Saint-Pol-sur-Mer bij Duinkerken.
Op 20 maart 1915 krijgt de “Vliegerscompagnie” de benaming “Belgisch Militair Vliegwezen” en installeert het Smaldeel zich in het gehucht “Ten Bogaerde” (Koksijde).
Het 5de Smd wordt in 1915 opgericht. Maurice ‘Teddy’ Franchomme, gebrevetteerd op 11 november 1915, wordt er op 16 juni 1916 naar overgeplaatst en Edmond Thieffry, van het 3de Smaldeel (3/II/2) op 11 december. Hij zal een legende worden met 10 overwinningen en vijf niet-bevestigde.
Ondertussen wordt het 5de Smd, onder bevel van Kapitein Vlieger Moulin, op 10 augustus 1916 omgevormd tot Jachteenheid. Het wordt gemobiliseerd in september 1916. Er worden 15 overwinningen genoteerd, en 2 piloten komen om in luchtgevechten en 1 wordt verwond. Op 31 januari 1917 wordt Kapitein Dony de Commandant.
De eerste overwinning van het 5de Smaldeel was het werk van Louis de Chestret de Haneffe, die op 17 november 1916 een Albatros neerschiet.
In maart 1917 volgt een verhuis naar het vliegveld van Houtem (West-Vlaanderen) en in september krijgt het smaldeel Spad VIIs met 180 pk Hispano-Suiza motoren. Eind 1917 wordt het verplaatst naar het nabijgelegen terrein van de Moeren (Koksijde).
In maart 1918 wijzigt de organisatie van het Belgisch Militair Vliegwezen nogmaals naar een verdeling in Groepen. Het 5de Smd wordt hernoemd naar 10de Smd en wordt ingedeeld bij de Jachtgroep op het terrein van de Moeren, onder bevel van Kapitein Fernand Jacquet. De Groep bestaat uit het 9de Smd, het 10de Smd (ex 5de Smd) en het 11de Smd.
Na de wapenstilstand verblijven het 10de Smd en het 11de Smd tot juli 1919 in Bochum, in bezet Duitsland, waar ze met overgenomen Fokker D-VIIs vliegen in steun van de Belgische bezettingstroepen alvorens naar België terug te keren naar Schaffen-Diest.
In het decennium 1920-1930 veranderen de structuren van het jonge militaire vliegwezen voortdurend. Begin 1920 wijzigt de benaming “Militair Vliegwezen” naar “Militaire Luchtvaart” (MLu). Er volgen reorganisaties, herstructureringen naar Groeperingen die later Regimenten worden met nieuwe hiërarchische ketens en soms ontbinding van eenheden. Zo wordt het smaldeel dat de tradities en het embleem van 'de Komeet' in stand houdt achtereenvolgens het:
- 10de Smd van Jachtgroep IV
- 3de Smd van Jachtgroep I van Groepering 2
- 1ste Smd van Jachtgroep I van Regiment 2 (1/I/2Lu)
met dezelfde rol en standplaats.
De uitrusting bestaat in het begin uit overblijfsels van de oorlog, vooral Spad VIII en Hanriot HD-1 toestellen, met later enkele gerecupereerde Fokker D VII en LVG C.VI vliegtuigen.
In juni 1922 krijgt de eenheid als eerste de Nieuport-Delage NiD 29 C1 en in 1927 wordt de dotatie aangevuld met de Avia BH-21.
In november 1930 bestelt de Militaire Luchtvaart Fairey Firefly IIM vliegtuigen ter vervanging van haar jachtvliegtuigen; er worden niet minder dan 87 toestellen besteld bij het pas in Gosselies aangekomen bedrijf Fairey; de eerste 25 worden gebouwd in het hoofdbedrijf in Engeland. Het 1/I/2Lu (Komeet) krijgt als eerste de nieuwe vliegtuigen vanaf mei 1931.
Eind 1936 voldoet het toestel niet meer aan de vereisten, vooral door de modernisering van de luchtvloten in de andere landen en meer bepaald in Duitsland. De Belgische regering beslist dan om Gloster Gladiators aan te kopen voor het 1ste Smd (Komeet) en Hurricanes voor het 2de Smd (Distel). De vliegtuigen zullen respectievelijk in 1937 en 1938/1939 geleverd worden.
Aan het begin van de oorlog bevindt 'de Komeet' zich dus op de vliegtuigen van de (1/1/2Aé) en de Distel op die van de (2/1/2Aé). Op 24 april 1940, tijdens de vreemde oorlog, schiet een Gladiator een Heinkel He 111 neer die in Nederland neerstort.
In 1940 heeft het Komeetsmaldeel 14 Gladiators. Op 10 mei worden er twee op de grond vernield, 12 kunnen op het nippertje opstijgen vanop Schaffen en vliegen naar hun ontplooiingsvliegveld (Nr.21) gelegen in het gehucht “Le Culot” bij Bevekom. Op 11 mei begeleiden ze de Fairey-Battles van het 5/III/3Lu die de bruggen over het Albertkanaal moeten aanvallen, zes vliegtuigen gaan een luchtgevecht aan met Me 109s.
Vier worden er neergehaald, twee piloten, de Sergeanten Pirlot en Clinquart sneuvelen. Er wordt wel een vijandelijk toestel neergehaald en een ander beschadigd. In de namiddag is Bevekom het doelwit van meerdere aanvallen met Heinkel 111s en Me 109s, de laatste Gladiators worden vernield.
Er zijn geen vliegtuigen meer en het personeel wordt naar Frankrijk geëvacueerd.
Na de Franse overgave vertrekken zes piloten van het 1/1/2Lu (Komeet, samen met andere Belgische piloten, naar Groot-Brittannië waar ze verder strijden bij de Royal Air Force.
Ze geven weerom blijk van heldenmoed.
In 1947 wordt op de Basis Florennes, door de Duitsers gebouwd in 1942, de 161 Wing Dagjacht opgericht onder bevel van Majoor Vlieger Raymond Lallemant DFC and Bar, met het 351ste Smd en het 352ste Smd.
De verwachten kenteken voor deze twee smaldelen zijn de Distel voor de 351 Smd en de « Witte Cocotte » voor de 352 Smd.
De eerste vliegtuigen komen toe in de herfst van 1947: een Oxford en twee Harvards, op 15 oktober gevolgd door de eerste Spitfire XIVs. In 1949 zijn er acht vliegtuigen vliegklaar en één in inspectie.
In februari 1948 wordt de 161ste Wing de 2de Wing Dagjacht. Het 351ste Smd wordt het 1ste Jachtsmaldeel en het 352ste Smd het 2de Jachtsmaldeel. Dit laatste neemt de tradities en het kenteken van 'de Komeet' over. Kapt. Vl Smets is de smaldeelcommandant.
Verandering van smaldeel voor 'de Komeet'. Sinds eind 1923 is het de kenteken van het 1ste Smd en 'de Distel' dat van het 2de Smd. Alle vliegtuigen van het 1ste Smd dragen 'de Komeet' tot de laatste Gloster Gladiator die op 11 mei 1940 bij Beauvechain wordt vernietigd.
In september 1949 waren alle eenheden van de jonge Belgische Luchtmacht aanwezig in Florennes voor de officiële erkenning van de smaldelen en de plechtige overhandiging van de vaandels aan hun respectievelijke CO's. LtKol Vl Robin geeft het vaandel met 'de Komeet' aan de CO van het 2de Smd, Majoor Vlieger Herman Smets.
In 1951 krijgt het 2de Smd enkele Republic F-84E 'Thunderjet' toestellen, haar eerste jet. De eenheid krijgt ook een nieuwe rol als Jager-Bommenwerper. De F-84E wordt al snel opgevolgd door de beter presterende F-84G.
De operationele opleiding wordt intenser: er komen lucht-grond en lucht-lucht schietoefeningen, eerst aan de Belgische kust, later in Sylt (BRD) en er wordt aan verschillende oefeningen deelgenomen (Hold Fast, Battle Royal, Carte Blanche enz.…).
Vanaf 1955 wordt de 'Thunderjet' vervangen door de F-84F 'Thunderstreak' waarmee onze Belgische luchtmacht 'supersonisch' wordt.
In mei 1956 stapt het 2de Smd over op de 'Streak' en gebruikt deze tot 1970. Van juli 1964 tot december 1966 vervult ze de STRIKE-rol tijdens de conversie van 10 Wing naar F-104G. Met brio: in een brief van Commandant 2ATAF, gedateerd januari 1967: Het is opmerkelijk dat dit smaldeel als eerste een 'Rate 1' behaalt in de nucleaire rol binnen 2ATAF.
In 1970 volgt de overstap naar de Mirage 5 BA die bij het 2de Smaldeel Jager-Bommenwerpers zal vliegen tot in 1988.
In 1960 wordt de AMF (Ace Mobile Forces) opgericht; het 2de Smd maakt deel uit van de 'AMF Noord', die wordt opgeroepen om de noordflank van de NAVO in geval van conflict te versterken . In eerste instantie in een secundaire rol, zal ze deze rol effectief op zich nemen nadat ze van de Strike- is ontheven . Als gevolg hiervan neemt het regelmatig deel, met eerst de "F" en vervolgens de Mirage, aan zendingen en oefeningen in de Noordse landen.
Tijdens deze periode van “Koude Oorlog” neemt het smaldeel aan geen enkel conflict deel uit, maar zorgt het wel mee, in de schoot van de NAVO, voor het behoud van de vrede door haar inzet in de ontradingspolitiek tot het einde van de jaren tachtig.
In 1988 komt de F-16 de Mirage 5 vervangen. Met dit “multirole” vliegtuig komt ook de Jachtzending erbij.
Midden jaren 90 wordt het opschrift van het smaldeel ‘Fighter 2 Bomber’ ‘Fighter 2 Squadron’.
Vanaf maart 1996 neemt het de QRA-rol van luchtverdediging op zich samen met het 349ste en 350ste Smd. Het neemt vanaf 1997 een (complementaire) rol van Fighter-Bomber in "Additional Capability ADCAP" over om onder andere voor "gewone" opdrachten boven de Balkan te zorgen.
Tijdens de jaren 90 neemt het smaldeel, dikwijls met een gemengd detachement 1ste Smd - 2de Smd, deel aan talrijke oefeningen waarbij de lucht-lucht en lucht-grond training voortdurend getest en verbeterd wordt (Mapple Flag, Red Flag, TLP, ACMI, VLLF ...), en ook aan vele smaldeeluitwisselingen om de operationele samenwerking met de NAVO partners te bevorderen (Montereal, Toul, Valencia...).
Vanaf 1996 houdt de Belgische Luchtmacht zich bezig met operaties Deliberate Guard, Deliberate Forge en Deliberate Guardian boven Bosnië en Herzegovina en Kosovo, in samenwerking met de RNLAF (Royal Netherland Air Force) en dit in het kader van het DATF-partnerschap (Deployable Air Task Force) onder de naam Joint Falcon. Het was het eerste operationele detachement in externe operaties van het 2de Smd (en het tweede van de luchtmacht na Operatie Ace Guard-AMF Gulf War in 1991).
In de periode 1997-1999 maakt het 2de Smd, vaak in gemengde detachementen met het 1ste Smd, deel uit van ‘Deliberate Guard’ en ‘Deliberate Force’ (militaire bewaking van het Bosnische luchtruim), eerst vanaf Villafranca (IT), nadien vanaf Amendola (IT). Dit gebeurde in een samengesteld detachement RNLAF-BAF, waarbij elk land om beurt het bevel voerde.
Vanaf het vliegveld Villafranca eerst (oktober 1996-juli 1998), daarna vanaf het vliegveld van Amendola (januari 1999-oktober 2000) wisselen de smaldelen van de 2WTAC, waaronder het 2de Smd, af met het 10W, binnen een gecombineerd RNLAF-BAF detachement, waarbij elk land om de beurt het commando op zich neemt. Vanaf 5 januari 1999 zullen de 2 Wing detachementen bestaan uit piloten van 1ste Smd, 2de Smd en 350ste Smd, waarbij het commando rouleert naar een van de CO''s. De opdracht is toezien op de naleving van het vliegverbod boven het voormalige Joegoslavië (CAP-Combat Air Patrol) en indien nodig luchtsteun verlenen aan NAVO-eenheden die op de grond worden ingezet. Vanaf maart 1999 start operatie Allied Forces, ook CAP en bombardementsmissies in Kosovo.
Op 20 april 2001 wordt het smaldeel ontbonden na de zoveelste hervorming van de Luchtmacht. De piloten worden opgenomen in het 350ste Smd dat in Florennes is aangekomen en de infrastructuur van het 2de Smd overneemt.
Het smaldeelvaandel wordt door de basisbevelhebber van Florennes, Kol Vl M. Audrit overhandigd aan Gen Vl Mandl, commandant van de TAF. Velen zijn overtuigd van het einde van de Komeet…
En toch … de verrassing !
In april 2023 wordt vernomen dat het 2de Smd uit zijn as zal verrijzen, weliswaar in een nieuwe rol, maar nog steeds met de Komeet als embleem. Het nieuwe MQ-9B Drone smaldeel zal het kenteken en de tradities overnemen. … wordt vervolgd.
De Komeet:
De kop van de Komeet is een rode vijfpuntige ster. De staart heeft dezelfde kleur en bestond achtereenvolgens uit 5-6 smalle banden (Nieuport Maurice ‘Teddy’ Franchomme) en 4 bredere banden (Spad-Nieuport 29-Avia BH 21- Fairey Firefly - Gladiator) tot in 1940.
Bij de overname door het 2de Smd na de oorlog zijn er 3 banden (Spitfire - F-84 G/F - Mirage 5 – F-16). Het geheel heeft een gele rand.
De spreuk: “Ut Fulgur Sulca Aethera”, “Zoals de Bliksem, doorklief het Luchtruim”